|
Home
Actueel
Kerkdiensten
Predikant en Kerkenraad
Groepen en adressen
Activiteiten
Jeugd
Kerk
Inspiratie
Foto's
Linkparadijs
Artikelen
|
Archief van eerder geplaatste
artikelen. De oudsten staan onderaan.
Flessenpost uit 1929
Bij de grote verbouwing van 1967 zijn er gedichtjes en verhaaltjes
onder een kerkbank gevonden (in een fles verstopt) van een achttal
schilders en timmerlieden die tijdens de strenge winter van 1929
werkzaamheden hebben uitgevoerd in de kerk. In de loop van dit
jubileumjaar werden ze gepubliceerd in de Blijde Klanken en op deze
website:
1929
’t Wintert, ’t wintert, wat een strop
’t wintert door en ’t houd niet op
’t Is nu reeds de 4e Maart
En het vriest nog steeds ontaard
Ieder hunkert naar den dooi
Maar de Lek zit wonder mooi
De ooren vriezen van je kop
Winter, Winter, houdt toch op
De stijl van ’t schrift is wel wat raar
Maar de nieuwe spelling is nog niet klaar
Maar bij al die narigheid
Werden wij plotseling verblijd
Door een boodschap van de kerkeraad
Het klonk krachtig en kordaat
De kerk moet wat opgeknapt
Zie maar dat je het handig lapt
Maan de Jong en de Gebr. Band
Namen kwasten en schrappers ter hand
Bij dat geschrap ondervond men alras
Dat de preekstoel en de heerenbank van eikenhout was
Deze bank was afkomstig van de ambtsheer van Hardenbroek
Zat onder de verf zo dik als een koek
Ook het hek bleek uit de oude kerk afkomstig te zijn
Hij paste bij de rest zowel in kleur als in lijn
Baas Kok sprak ik sta jullie borg
Dat is werk voor monumentenzorg
Wij hebben toen zaag en schaaf gegrepen
En de boel vermaakt naar ’t plan van Pepe
We stoken in de kerk dat ’t naar is
Gelukkig dat de boel haast klaar is
We stoken de kerkeraad nog arm
Maar in de kerk is’t lekker warm
Zo’n kerk is wel een prachtig ding
Als ’t altijd maar als nu hier ging.
De leus der kerk is “Vrede op aard”
Want anders is’t geen stuiver waard
Wanneer gij deze regels vind
Onthoud dan dit mijn beste vrind
Dat ieder mensch hier op deez aard
Zijn medemensch, d’’ellende spaart
’t zij welk volk, ’t zij welk bloed
naastenliefde ’t hoogste goed
Zoals je hier onder ziet
Ik ben dichter Speenhof niet
‘K zal liegen als het anders was
ik heet Mar van As
Geb. 15 september 1905
Ammerstol, 4 maart 1929
Ik moest een rijmpje maken
over ’t verfwerk van de kerk.
We hadden af staan spreken
dus kon ik mijn woord niet breken
‘k had liever niet gedaan
Ik dacht maar ’t zal niet gaan
Ik zal het dus probeeren,
mischien dat ik ’t nog leeren,
Mooi zal mijn rijm niet zijn
maar lezer doe wat water in de wijn,
al zoo werd er besloten
alhier met meer dan zes,
de rijm dan in te sluiten
onder de vloer in ’n flesch
al voor mijn nageslacht
die er nooit op hebben gewacht
en er misschien om lacht.
Het verfwerk was erg schraal
maar dat was geen wonder
Als verf 49 jaar heeft gezeten
dan is het wel versleten.
De mooie eiken nerf
zat toen ook vol met verf.
Maar ’t was rottig en kapot
dat was een jammer lot.
En toen op een keer
kwam er gelukkig een heer
die zei ‘k wild zien gerestoreerd
Die grap ging aan
En ’t werd gedaan
En ’t werd betuigd zeer toe gejuigd.
We hebben het van de verf ondaan
En zagen alle mooier aan Het eikenhout is eikenhout.
’t is buiten minder koud
Het eikenhout en de borden aan de muur
heeft al een langen levensduur.
Zoo ver als wij werden gewaar
In 1929 al twee honderd twee en vijftig jaar
Dus nageslacht voor een aardigheid
maakt nog iets, voor een langer tijd?
Het oude gaat u voorbij
Het nieuwe komt vanzelf
Wij hoopen dat er vrede zij
ook onder ’t blauw gewelf
Wij wenschen u een mooie kerk
in geestelijken zin
en dat steeds groeit het vredeswerk
’t is nu nog maar ’n begin
Er zijn nog zooveel kerken
waar heerst de zelfzucht
Zoo lang dit in de wereld blijft
daar is een poppenklucht
Een wereld kan wel beter zijn
van goede materialen
maar als de zelfzucht heerschen blijf
waar zou u die dan halen ?
Bouwt ieder dus aan eigen ziel
al naar zijn beste krachten
dan moet de oorlog er vandoor
en zal u beter wachten !
P.S.
Hiermede is mijn rijm gedaan
Het werk is nog niet klaar
Maar ‘k moest me haaste ’t was mijn plicht
Anders kon de vloer niet dicht
H. de Jong Sr
Den Lezer heil !
1929, 2 maart hebben we gedacht
om voor het nageslacht
in een flesch gevuld met gedichten
u eens even toe te lichten.
Hoe dit werk wordt verricht
vindt je verder in dit gedicht.
Allang reeds wilden de kerkheren
De kerk weer eens restaureeren
Diep hadden ze in hun zak getast
en alles bij elkaar gepast.
En met het begin van ’t jaar
hadden ze ’t zaakje voor mekaar.
Dit zij dan even toegeprezen
dat aan H. de Jong en Gebrs. Brand
het schilderwerk was toegewezen.
Zodat in volle eendracht
het werk werdt volbracht.
Ook de knechts van Kok die werkten er an
want Kok die was de timmerman.
Een toevlucht was dit bedehuis
want buiten was het lang niet pluis
Want zoals nog nooit te voren
heeft het dit voorjaar toch gevroren
De Lek die zat al weken dicht
Zoiets vergeet je dan ook niet licht
De werkloosheid die was groot
En steeds nog hooger stijgt de nood
Maar wij hebben in de warme kerk
de gehele winter plentie werk
Wij kunnen zingen nog en fluiten
terwijl de oostenwind waait buiten.
Dus zijn wij dan zonder zorgen
de geheele winter opgeborgen.
En nu tot slot nog maar één ding.
‘k wil schrijven van de ontwapening.
Hugenholtz, de dominee van de kerk
is voorzitter van het het vredeswerk.
Dus hopen wij wanneer gij dit moogt zien
er in uw tijd geen oorlog meer mag wezen.
Zoo hopen wij dat in de lengte der dagen
zijn werk vruchten mogen dragen.
Nog even zij hierbij vermeld
dat alles naar waarheid is verteld. 2 Maart 1929
A.M. Brand
Schilder Ammerstol
Ammerstol, 2 maart 1927
Geschreven ter herinnering aan het restaureren en opschilderen van
deze kerk
Aan de vinder,
Is men gaan zitten om te dichten, maar niet weet hoe men beginnen
zal
heb dit zelfs nooit gedaan dan is dat vanzelf een lastig geval.
Ik wil u vertellen van deze tijd en over ons werk
gezamelijk verricht in deze kerk.
’t Was op een vrijdag, den eerste van Maart
toen we allen om de groote kachel stonden geschaard.
om ons te verwarmen tegen de felle kou.
Je zult wel denken, hoe heb ik het nou.
Was het dan om die tijd nog zoo koud ?
Ja, goede vrienden, wij verbranden zelfs het hout,
uitgebroken uit den toren.
waar pas een nieuw uurwerk was ingezet
om ons te verwarmen.
Nou, ik gun je de pret.
Laat ik je tusschen twee haakjes, even vertellen
misschien zal je er ons om benijden.
dat men op de rivier de Lek, ja overal
nog volop schaatsen kon rijden.
Maar om terug te komen op wat ik wou gaan zeggen
er werd toen voorgesteld om deze flesch met rijmen
op deze plaats te liggen
waarin in ’t kort, en ieder op zijn wijs,
iets zegt hier over ’t werk en het langdurige ijs.
Dit is toen ook gebeurd, en ik wil hierbij vermelden
dat dominee Hugenholtz: een van de vredeshelden
Die strijder tegen menschenmoord en onrechtvaardigheid
door zijn welsprekendheid, voor ons den tijd heeft voorbereid
naar beter toekomst, naar meer geluk en vree
hier predikant was, en velen streden mee
om ons nageslacht voor zulk een ellende te sparen.
Zoals wij hebben beleefd, nu geleden ruim tien jaren
die groote slachting, die lage volkrenmoord
waarvan gij uit ’t verleden toch wel eens hebt gehoord.
Nu menschen eindig ik, het ga u allen goed
De kurk moet op de flesch, zoodat ik wel eindigen moet.
A. Brandt Gzn
Ammerstol
De strenge winter 1 maart 1929
Dit is een winter die ons lang zal heugen
Ook nog in laat’re d’uwe tijd
Wat ik hier schrijf, dat is geen leugen
Het valle ernst aan u geweid !!
’t Begon met Nieuwjaar te vriezen
Zoo koud als ’t zelden is geweest
Wij hadden heel gauw in de smiezen
En zijn toen naar de Kerk gesjeest
Geen kou kon ons hier deeren
Geen armoe of ellend
C.Kok moest de Kerk repareeren
De schilders met de kwast present
Wij werkte eraan met zen achten
Vijf schilders en drie timmerlui
Toen kwam er plots één op de gedachte
En gaf aan’t schilderen de brui
Hij zei: We moesten elk een versje schrijven,
Dat het nageslacht dit lezen zal. Als iemand hier soms nog mocht
vinden
Is’t leven voor ons toch niemandal.
Geschreven door Gerrit Brand,
1 maart 1929
Geboren 1906 te Ammerstol
Schilder
p.s.
O nageslacht die dit geschrift zal lezen
Zal denken, die zullen er ook wel niet meer wezen
Gij zult onze gedichten misschien verachten
Maar denk erom dat wij u wachten

Griekenlandreis 2007
“In de voetstappen
van de apostel Paulus”
oftewel “Een spirituele en culturele reis door Griekenland”
12 – 21 oktober 2007

Hier zitten we dan: alle deelnemers aan de Griekenlandreis op de
trappen van het eeuwenoude theater Epidaurus. Even daarvoor hadden
een aantal van ons de geweldige acoustiek uitgeprobeerd door het
zingen van enkele liederen.
Wat hebben we een fijne reis gehad, wat hebben we ge-noten van alle
prachtige dingen die er in Griekenland te zien zijn, wat hebben we
een plezier gehad met elkaar en wat hebben we geboft met onze
reisleiders, Bert en Will, en onze bekwame gids Georgina, die
uitstekend Nederlands sprak.
De tocht voerde ons van Thessaloniki in Macedonie in het noorden,
dwars door het vasteland van Griekenland, via het schiereiland
Peloponnesus in het zuiden, naar Athene.
We startten dus in Thessaloniki, maakten een standswandeling
(helaas, ook daar waren rugzakrollers !) en bewonderden de
indrukwekkende kunstschatten in het Museum voor Byzanthijnse Kunst.
We kregen de smaak te pakken !
Op
weg naar midden Griekenland bezochten we de Meteora kloosters, als
adelaarsnesten gelegen hoog boven op de rotsen, waar de monniken en
nonnen in grote afzondering hun leven leiden. Daarna een bezoek aan
een iconenwerkplaats waar de iconen zo mooi en liefdevol werden
geschilderd dat velen onder ons de verleiding niet konden
weerstaan…….
Na een lange busreis kwamen we in Delfi aan. De orakelplek zelf, de
indrukwekkende tempel en het landschap eromheen maakte ons stil.
Hoeveel zoekende mensen hebben over het eeuwenoude pad door de
olijfgaarden geschuifeld ?
Op de door brand geteisterde Peloponnesus bezochten we het door
mensenhanden gemaakte Kanaal van Korinthe en kwamen we in Tolo aan,
van waaruit we o.a. een prachtige dagcruise maakten naar de eilanden
Hydra en Spetses.
De laatste dagen van onze vakantie brachten we door in een hotel
midden in de ontzettend drukke wereldstad Athene. Dat was wel een
overgang ! De overweldigende Acropolis daar-entegen ligt hoog op een
heuvel midden in het groen. Bij de bouw zijn er allerlei bouwkundige
trucs toegepast waar wij nog niet eens zo lang mee bekend zijn. Hoe
is het mogelijk dat er zo lang geleden zo’n hoge beschaving heeft
bestaan.
En
hoe is dat alles teloor gegaan ?? En zou dat misschien in onze tijd
ook kunnen gebeuren ??
En weer kwamen we Paulus tegen, voor de vijfde keer, en nu op de
plek waar hij ooit op een rots de oude Atheners toesprak en hen wees
op de kracht van Jezus en zijn liefde voor de mensheid.
Onderlinge zorg en liefde voor elkaar: die krachten voelden wij
allen tijdens onze reis, en de dagsluitingen droegen daar zeker aan
bij.
Het was een reis om nog lang van na te genieten en over na te denken
! Nogmaals willen we Bert, Will, Cock en Gon heel hartelijk bedanken
voor alles wat ze voor ons hebben gedaan !
Doortje en Tineke
De nieuwe pastorie
Piet Broere wilde desgevraagd wel even wat notities maken over de
werkzaamheden rond de nieuwe pastorie. In 2006 werd de "nieuwe" pastorie
(bouwjaar ca 1890, eigenlijk dus ouder dan de voormalige pastorie) naast
de kerk aangekocht. Een jaar lang hebben tal van vrijwilligers zich
ingezet om Ammerstol van een volledig gerenoveerde pastorie te voorzien.
Foto's daarvan zijn op de fotopagina te zien.
Vrijwilligers die aan de nieuwe pastorie gewerkt hebben zijn:
Harry Jorissen, die het schilderwerk verzorgde, en Klaas Ooms, Eli
Blanken, Ton Bos, Aart Ooms, die de vloeren betegeld heeft en Aart
Verschoor heeft de open haard voor zijn rekening genomen, en Piet Broere
die het een en ander coördineerde, dat de timmerman van " Joolingen-bouw",
de loodgieter "Fa van Eijk en de schilder "A. vd Vlist" voor het behang
op tijd aan hun bezigheden begonnen.Alles is netjes binnen de geplande
tijd klaargekomen opdat de verhuizing van de predikant op 31 mei plaats
kon vinden.
Alle werk door de vrijwilligers is met veel plezier verricht, zo ook de
dames van de schoonmaakploeg, die eigenlijk de puntjes op de i
plaatsten, want zodra zij klaar waren met hun werk, kon men gewaar
worden, welk een gedaantewisseling het huis had ondergaan.
Vrijwilligers van deze ploeg waren: Nel van Zoest, Nel Stigter, Adri
Kanselaar, Meta Dubbeldam en Greta Broere.
Cock Herreveld was gevraagd wat te vertellen rond de bouw en de
sleuteloverdracht:
Aan het einde van de kerkenraadsvergadering , bij w.v.t.t.k. heeft Piet
Will gebeld en gevraagd even te komen. Voor de vergadering hebben Piet
en Harry het slot van de achterdeur verwisseld, zodat we zeker weten,
dat er geen mensen met sleutels rondlopen.
Piet vroeg het woord en heeft Bert en Will toegesproken en Harry heeft
ze de sleutels van hun nieuwe huis overhandigd. Verder kregen ze een
flesje champagne (sekt) en een tuin bon van 50.00 van de kerkenraad met
een kaart plus alle namen erop.
Hierna vroeg ik het woord en heb als grootste werkers, Harry en Piet
bedankt voor al het werk en voor de tijd die er daardoor ingestoken is.
Olof en later Erik-Jan hebben vaak een goede inbreng gehad, ik zorgde
voor het financiële gedeelte, de verzekeringen, kijken of sommige
werkzaamheden verantwoord waren enz. Dus we hebben teamwerk geleverd.
Harry en Piet kregen een fles Griekse wijn om alvast in de
kerk-vakantiesfeer te komen en een bos bloemen voor Greetje en Greta,
die hun mannen meestal kwijt waren aan de nieuwe pastorie.
Hieraan kon Harry Jorissen toevoegen:
Het leukst: Het in alle rust en gezellig met elkaar bezig zijn,en dat je
het ziet opknappen.
Tegenvallers: Die waren er niet echt.(je hebt altijd op dit soort werken
dat het wel eens anders uitpakt, maar dat zijn geen problemen).
Onze vrouwen hebben niet gemopperd,die hebben het zelf ook vaak druk
(wij hebben lieve vrouwen).
Wat willen wij kwijt: Dat het erg leuk was om te doen en we hebben het
met plezier gedaan.
Tot slot kwam Piet Broere met:
Misschien een leuke anekdote? Op een goeie dag kwamen we 's morgens het
huis binnen, waar we verwelkomd werden door wel honderden
bromvliegen. Nou ja, dat kan gebeuren; een spuitbus gekocht en na twee
dagen alles weg. Enkele dagen later zagen we een lekkage in het nieuwe
plafond. "Waar komt dat nou vandaan?" was de vraag. Wij naar boven, maar
er liep geen waterleiding in de directe omgeving, dus maar enkele
vloerplanken eruit gezaagd om verder te onderzoeken.
Wat ontdekten we tot onze stomme verbazing: een rode kat die zijn eindje
gevonden had tussen de vloer en het plafond. Dit dier had dus voor de
lekplek en de bromvliegen gezorgd.
Bij het aanleggen van de gasleiding onder de vloer in de kruipruimte
vonden we ook nog enkele muizen die het tijdelijke met het eeuwige
verwisseld hadden.
Zou er toch nog iets van de oude vete tussen de Bergambachtenaren en de
Ammersenaren (de katten en de muizen) opgeleefd zijn? Wij denken van
niet, want alles is in een zeer fijne harmonie verlopen. We hebben met
z'n allen een prima verouwingstijd met veel plezier gehad. En de kat en
de muis? Zij leven ook nu in vrede naast elkaar!
Aan allen die betaald of vrijwillig werk gedaan hebben, dat tot dit
mooie resultaat heeft geleid, zeer veel dank!
Crash
Zaterdagavond 11 november 2006, terwijl de laptop een cd-tje aan het branden is (de eerste promotie-cd van Daisy Bell!), neem ik even de tijd om op de basgitaar te oefenen op de begeleiding
van een song. Daarna gaat de basgitaar weer in de standaard, ik keer terug naar het beeldscherm….. zwart! Met maar één regel tekst: "Operating system not found". Vrij
vertaald: de laptop is naar de filistijnen.
Barst: mijn leuke cd-hoesje pleite, de geluidsopname idem (gelukkig had ik al een paar cd-tjes gebrand). Maar erger: de Blijde Klanken die bijna af was, ook naar de digitale jachtvelden.
De dag erop zou ik de laatste stukjes erin zetten en dan naar de drukker e-mailen… Dat kon niet meer. Back-up? Tja, niet gemaakt natuurlijk.
De dag erop tijd voor actie: zondag voor de dienst gevraagd of iedereen zijn/haar bijdrage opnieuw wilde toemailen (hartelijk dank iedereen!), een aantal trouwe stukjesschrijvers gebeld,
de oude computer weer in gebruik genomen (Windows ME, zo traag…), Outlook Express voorzien van de juiste accountgegevens (het hele mailarchief ook weg natuurlijk), de mailtjes
binnenhalen en zoeken naar bruikbare Blijde Klanken-bestanden om een nieuwe Blijde Klanken mee op te bouwen.
Die vond ik uiteindelijk maandag op de pc op mijn werk, waar ik af en toe wel eens wat naar toe mail bij wijze van back-up.
Dan lettertypes downloaden voor de voorkant, de artikelen uit alle mailtjes halen, handgeschreven stukken overtikken, dat handige programmaatje waarmee gratis pdf-jes te maken zijn
downloaden (uit Papoea-Nieuw Guinea, echt waar! Heeft het ontwikkelingswerk toch nog nut gehad ;-)) en zorgen dat alles goed en wel bij de drukker arriveert.
Al met al een kleine week vertraging opgelopen, en bij mijn weten alles geplaatst (ook jouw stuk, Henk, als eerste!), zelfs ook de Verantwoording: de penningpagina's van Cock, ondanks
dat zij ten tijde van de crash in het buitenland was. Dank zij Gerbrand en Marielle, die wel even wilden inbreken op de pc van Cock.
Het zal wel een afwijking zijn, maar dat vind ik nog steeds leuk werk!
Nico van der Kraan
Met dit verhaal won Nico van
der Kraan zowel de publieksprijs als de juryprijs van een
schrijfwedstrijd in Alphen. Het is losjes gebaseerd op ware feiten, met
de vorige dominee Henk Haandrikman en zijn buurkat in de hoofdrollen:
Stenen gooien
Om het gras op het dijkhellinkje tussen onze huizen niet te hoeven
maaien bedachten buurman Henk, mijn vrouw Elma en ik een slim plan. Henk
kende een dierenexpert die nog een paar konijnen over had en ik zou een
ren maken voor op de dijkhelling, zodat die konijnen het gras kort
zouden houden. Die ren was gauw gemaakt, lekker groot om hem niet te
vaak te hoeven verzetten, en met gewoon kippengaas omspannen: volwassen
konijnen konden daar tóch niet door.
We kregen twee leuke, witte konijnen met de verzekering van de expert
erbij, dat dit twee vrouwtjes waren.
Het gras was hoog, de konijnenbuikjes snel vol, en de avonden zwoel. Wat
bij mensen zelfs na de knapste chirurgie nog niet lukt, is voor konijnen
een makkie. De twee vrouwtjes kregen vijf jongen.
Slim als die beesten zijn, hadden ze die ukkies eerst een paar weken
verstopt in het nachtverblijf van de ren, en ze werden pas tijdens een
schoonmaakbeurt ontdekt. De ongenode gasten waren té vertederend om ze
te euthanaseren, en al gauw zaten ze ook de dijkhelling te kortwieken.
Al die bedrijvigheid was onze kat niet ontgaan. We zijn gek op onze kat,
maar hij heeft wat afwijkingen. Hij is te stom om ònder een auto te
schuilen als het regent: hij schuilt ernáást. Ook laat onze kat scheten
als je hem aait, wat zijn knuffelfactor flink doet kelderen. Omdat
slechts de helft van zijn hersenpannetje gevuld is met hersencellen, is
er genoeg ruimte over voor een derde afwijking: teveel instinct, en
omdat zijn voortplantingsinstinct reeds op jonge leeftijd bij de
dierenarts is achtergebleven, krijgt zijn jachtinstinct in zijn leven
alle ruimte.
De volwassen konijnen deden zijn jachtinstinct al hevig opleven maar het
kippengaas deed zijn werk en voorkwam erger. Het zien van kleine
konijntjes die door de openingen in het kippengaas pasten, deed zijn
jachtinstinct vèr in het rood springen.
We hoopten dat het goed zou gaan en dat de kleintjes snel genoeg zouden
groeien om niet meer door het gaas te kunnen, maar op een kwade dag ging
het toch mis. Het gespannen geduld van de kat en de nieuwsgierigheid van
een jong konijntje kwamen elkaar noodlottig tegen en even later rende
onze kat weg met een gillend konijntje in zijn bek.
Dit gelegenheidsduo spoedde zich door struiken en tuinen, achtervolgd
door Henk, Elma en ik, ongeveer dezelfde route volgend, maar beduidend
méér gehinderd door de begroeiing. Ondertussen probeerden we al stenen
gooiend de kat op wat humanere gedachten te brengen. Toen kat en konijn
eindelijk gescheiden konden worden, was dat voor het konijntje al te
laat. Een dag later gebeurde hetzelfde met een ander jong, schattig,
maar tè nieuwsgierig konijntje. De achtervolging was korter, omdat we
intussen geoefende stenengooiers waren geworden, maar de afloop was weer
onveranderlijk fataal.
De volgende dag moesten we weg, op vakantie. In onze
annuleringsverzekering stond niets over jonge, onschuldige konijntjes,
roofkatten, en de menselijke doodsangsten om de combinatie van die twee,
dus we gingen maar.
Dat ging eventjes goed, een aantal dagen zelfs. We lagen in een ver land
onze zonnecellen vol te gooien en vergaten kat en konijn. Henk probeerde
hetzelfde te doen, een flink aantal breedtegraden naar het noorden,
hield onze planten en kat in leven en verschoof de onhandig grote
konijnenren. Misschien dat er daardoor weer wat zicht kwam op de
konijntjes, of dat die drie hersencellen die bij onze kat “geheugen”
heten, ineens “O ja, konijntjes jagen!” zeiden, maar voor de derde keer
rende de kat weg met een gillend konijntje in zijn bek.
Henks hersenpan is ruim groter dan die van onze kat, en helemaal gevuld
met hersencellen die nog goed werken ook. Dat moet ook wel, want in het
dagelijks leven is hij de sympathieke dominee van ons dorp, een
topsporter op het gebied van denken en redeneren. Ergens ver weggestopt
ligt Henks jachtinstinct gewoonlijk te slapen, en doet alleen in de
zomer nog wel eens één oog open, om een mug dood te slaan. Maar nu was
zijn jachtinstinct stomend en briesend tot leven gekomen. In één snelle
oerbeweging vloog een grote hand grof grind richting kat. De grootste
kiezel trof de kat zó vol tussen de ogen, dat hij meteen voor dood tegen
de grond ging.
De enorme emotieomslag die toen volgde, móet wel slecht zijn voor je
hart. De jacht was meer dan geslaagd, dat klopt, maar het bijbehorende
overwinningsgevoel werd direct overspoeld door bezorgdheid, bijna
paniek: “Nee hè, pas ik een keer op de kat van de buren, gooi ik hem
dood!”.
Het kattenlijk werd door Henk naar binnengedragen en daarna ging hij
kijken hoe het konijntje er bij lag. De reis en de schrik waren deze
keer heel kort geweest dus het konijntje leefde nog en werd door Henk
vol zorg teruggebracht naar de ren.
Op de terugweg naar het kattenlijk kwamen routinematig wat flarden van
begrafenistoespraken voorbijdrijven maar geen van alle leken van
toepassing op een dooie kat. Hij hoefde ook niet langer na te denken
want de dooie kat was verdwenen! Blijkbaar was die kat toch niet dood
geweest, maar bewusteloos. Een zware hersenschudding duurt met heel
weinig hersencellen waarschijnlijk ook veel korter. De kat was
bijgekomen en had nog een vluchtreactie tegoed. Hij was de struiken
ingestoven en meteen voor dágen onvindbaar.
Henk was de wanhoop nabij: “Pas ik een keer op de kat van de buren, gooi
ik hem eerst dood, en raak ik hem daarna nog kwijt ook! Dat verhaal
geloven ze nooit, ik kan niet eens een lijk laten zien als bewijs!”. Hoe
hij ook dacht en redeneerde, hij kon hier geen aannemelijk verhaal van
maken.
Na een paar dagen kwam de kat gelukkig weer rustig aanhuppelen alsof er
nooit wat gebeurd was. Na twee bakken variantjes en een blik brokjes was
de kat weer de oude, met één verschil: de geheugencel die destijds
enthousiast had geroepen: “O ja, konijntjes jagen!”, kreeg van de twee
andere geheugencellen een grote pleister over zijn mond geplakt. Daarna
waren ze in beraad gegaan en hadden een pact gesloten: konijntjes waren
vanaf dat moment levensgevaarlijke beesten die met stenen gooien.
|
Artikelen archief: Flessenpost
Griekenlandreis 2007
De nieuwe pastorie
Crash
Stenen gooien |